Mijn eerste duiven waren zoals zo vaak krijgertjes van hier en daar. Serieus werd het toen ik tijdens de tentoonstelling in de winter 1957-1958 van Marinus van Liempt zijn oude Sproetkop kreeg. Marinus kocht deze doffer direct na de oorlog op een verkoop van Nardje Jansen uit Eindhoven en kweekte er een heel stel goeie van zoals de in Rosmalen en omgeving bekende De 37 en De 38 en De 01. Omdat ik van Marinus deze doffer kreeg mocht ik bij Jan van de Plas een duivin uitzoeken. Mijn oog viel op een links geringde duif en dat was een groot geluk. De duif was 11 jaar oud en kwam als ei rechtstreeks van Evrard Havenith.

 

 

Met dit koppel (samen 25 jaar oud) was het gelijk raak met de 58-668358 en 58-394430 en 59-241958, duiven die echt vroeg konden vliegen, al was onze kennis van het duivenspel toen zeker nog niet erg groot. Met deze duiven en hun nazaten en veelal duiven van Marinus van Liempt werd gespeeld tot 1965. In dat jaar trad ik met mijn Beppie in het huwelijksbootje en werd op drie koppel na de duiven verkocht en weggegeven.

 

 

Wim Spierings bewaarde drie koppels voor mij waarmee ik een jaar later in Hilvarenbeek weer kon beginnen. De kweek viel tegen en bijna alle jongen werden van het hok verspeeld. Enkele bleven er over en er kwamen drie jongen bij van Gerard van Brunschot, Jos Ooms en Piet Martens, duivenvrienden uit Tilburg. Met slechts vijf jonge duiven kon gespeeld worden, maar toch werd het een seizoen waar ik nog vaak aan terug denk. Mijn 01 werd duifkampioen en op de derbyvlucht Corbeil van Brabantse Bond, KOP en Necoo werd een sterke uitslag weggezet en werd serie II, III en IV gewonnen. Een dag om nooit te vergeten. Even werd nog samen gespeeld met Huub Schollen, maar het werk liet niet toe om langer duiven te houden.

 

 

In 1969 verhuisden wij terug naar Rosmalen en zoals zo vaak kroop het bloed waar het niet gaan kan en werd weer met duiven gestart, weliswaar met een klein hokje, maar er waren weer duiven. Een Vale doffer gekregen van Janus van  den Boom uit Hilvarenbeek en een lichtkras duivin van Carel Krancher, destijds onklopbaar in Rosmalen, vormden de nieuwe basis. Dat dit koppel later werd gestolen was zeer jammer.

 

 

In die tijd schreef ik veel en graag, diverse reportages voor verschillende duivenbladen. Samen met Frans van Pinxteren werden diverse kampioenen in Nederland en België bezocht en kwamen er nogal wat duiven mee naar huis. Duiven met stamkaarten zo groot als een gazet,maar de prestaties bleven ver achter. De eerste successen kwamen met een jonge duif van Martien van Gestel uit den Dungen, uit de lijn van zijn beroemde duivinnen 87 en 88. Toen deze jonge duif al op de eerste de beste vlucht heel vroeg was schreef ik in al mijn enthousiasme bij de uitslag in het Brabants Dagblad “goed bloed verloochent zich nooit”. Dit leverde nogal wat commentaar op van een azijnpisser, die meende vanuit zijn functie als leraar aan een LTS de wijsheid in pacht te hebben.

 

 

Nu zo’n 30 jaar later ben ik nog steeds de mening toegedaan “goed bloed verloochent zich nooit”. Hoe meer reportages ik schrijf, hoe meer ik tot de overtuiging kom dat zowel op vitesse, midfond en fond de hele goeie duiven uit betrekkelijk kleine families komen.

 In 1974 en 1975 ging het flink in stijgende lijn toen wij van Jan van Creij een dochter kregen uit zijn “92”, welke een formidabele duivin was. Ook kregen wij een doffer uit het koppel 80671x12111. De 71 speelde vijf keer de 1e prijs.

 

 

Met Frans van de Laar uit Poppel gingen we op bezoek bij Staf Martens en diezelfde dag ook bij bakker Arthur Deschepper in Moerbeke. Het geluk was met ons. De oude Cheri, een crack van formaat, had het hele jaar geen goed ei gegeven en juist nu 10 oktober lag er een koppel bevruchte eieren bij. Wij kregen die eieren mee en het bleek een goudmijntje, zowel voor Frans van de Laar als voor mij. Ook van Marcel Borgmans, zoon van Pol, kwamen goede duiven van het ras Louis van Loon.

 

Vanaf 1980 kwamen wij op de kampioenslijsten van de Zwaluw in Rosmalen voor en zijn daar tot nu toe niet meer afgeraakt. In 1984 kwam een geweldige duif ons hok versterken en wel een zoon uit De 857 van De Ottenbros van Van Limpt/de Prut uit Reusel. Vanwege een zeer zware blessure zat hij al vroeg in het kweekhok, en gelukkig maar. Hij werd vader van zeven 1e prijswinnaars. Ook een duivin uit een van de kweekkoppels van Harrie van den Akker uit Berlicum bracht ons goede duiven. De doffer van de Prut zat meestal gekoppeld aan een duivin die wij op een bon kregen van onze clubgenoot Piet Kusters. Piet bezat via zijn zwager Huub Pennings een zeer sterk hok Van Loon duiven. De jonge duif die wij kregen kwam uit de 90 x Zwart Anneke. Dit laatste duifje gaven wij in de krant haar naam toen zij de eerste prijs speelde van Ottignies. Onze jonge duif werd ook Zwart Anneke gedoopt. Als jong speelde zij de 1e van St. Quentin, in enkele jaren speelde zij 13x in de eerste 16. Ook een duivin van Frans Huijps (Vught) een zus van de legendarische Vechter gaf enkele kampioenen zoals “De 18” midfondkampioen als jaarling en “De 51” die vitesse-, midfondkampioen werd en Asduif. Naast alle geluk waren er ook teleurstellingen…..van Hans Peter Kluth uit Keulen kregen wij een stel late jongen uit zijn beste kwekers, alle doffers 1e prijswinnaars. Toen zij in her voorjaar voor de eerste keer op eieren zaten werden zij allemaal gestolen. Een zwarte bladzijde, dat kan ik u vertellen!!
De prestaties bleven in stijgende lijn en we hadden het geluk fijne rasduiven te krijgen van Wal Zoontjens, echte alleskunners. Tot op de dag van vandaag nemen de Zoontjens-duiven bij ons een aparte plaats in. Sinds de komst van Jeune Zidane vormen zij de hoofdmoot van de kolonie.
 Op een bon kregen wij van Christ van de Pol twee jonge duiven uit een zoon van de Witneus van Karel Meulemans. De doffer van deze twee bleek, ondanks dat hij dikwijls maar één ei bevruchtte een begenadigd kweker en werd vader van ‘Christje” NL 88-4142088. Als 2-jarige speelde hij 15 prijzen 1 op 10 achter elkaar en werd vitesse- en midfondkampioen en Asduif.

 

 

Van Huub Hermanns (Amstelveen) kwamen wat jongen o.a. uit zijn Stamkoppel II, oud Janssen soort. Uit een van de duivinnen kwam onze 86-1515732 een crack van de eerste orde, vooral op de midfond. Hij speelde in totaal 66 prijzen waarvan 56x 1 op 10. Zijn nestbroer 731 was net zo goed maar kreeg al jong een gebrek waardoor hij niet meer gespeeld kon worden. Heel jammer want die beide doffertjes speelden als jaarling samen 26 prijzen. Op het hok van Wim van Zuijlen (Zeeland) heeft hij nog jaren lang voor goede jongen gezorgd.
Een fijne vlieger kregen wij op een bon van Mari Auwens (Lith), “De schrik van het dorp aan de rivier” zoals wij hem in onze artikelen vaak noemden. De doffer van Mari speelde als jonge duif 16 minuten los vooruit van een loodzware Creil en zes minuten van Orleans, twee weken later. Hij was jarenlang een van onze allerbeste doffers. Maar kweken deed hij niet.
Jan van Hassel uit Wernhout kon dit niet geloven en kreeg hem mee voor de kweek. Maar ook deze vakman kon er geen veer uit halen die deugde. Een jong uit onze Goede 32 echter werd bij Jan en Gerard een van de nieuwe stamvaders.
Ik kocht een bon van familie de Bruijn uit Reusel en mocht er een pakken uit de rechstreekse Janssen-duiven. Het werd een flinke blauwe doffer. Onze Peter was bij mij en vroeg aan Broer of hij eens door het hok met die beroemde Janssen-Arendonk duiven mocht lopen. Op een gegeven moment zij hij heel timide: “Mijnheer de Bruijn, hier in de onderste bak ligt een schalie die ik nog mooier vindt als die blauwe”. “Nou vooruit Peter”, zei Broer, “dan mag jij die schalie meenemen en jullie pap die blauwe en dan kom je er thuis vanzelf wel achter welke de beste is”. En juist die schalie, een duivin, bleek een schot in de roos. Zij werd o.a. moeder van “De Orleans” die in 1991 de 3e Orleans speelde tegen 18373 duiven en vader werd van de doffer die bij Henk Hoekstra in Kollum vader werd van de Super Mario, die gespeeld door Wobke Spinder een echte crack bleek en voor Nederland naar de Olympiade in Blackpool ging en daar aangekocht werd door Herbots.
Super mario speelde in twee jaar 5x de 1e tegen gemiddeld 9200 duiven. De familie rond de Super Mario bewijst zich op meerdere hokken tot op de dag van vandaag. Uit het bewuste koppel kregen wij van Henk een koppel jongen in 1996 en 1997. Met twee doffers hebben wij zeer goed gekweekt. Onze absolute ster van de afgelopen jaren was zeker 99-1143245 uit 97-864x97-829. Deze laatste is een Belgische duivin, een kruising van het soort van het Olympiadekoppel van Karel en Tom Hufkens x een duivin van Marcel Aelbrecht. De Schalie de Bruijn werd jammer genoeg, samen met 12 andere kweekduivinnen door een bunzing gedood.

 

 

Super 45 vliegt 3x 1ste 3x 2de en 3x 3de tegen gemiddeld 2420 duiven.

 

  

Jammer genoeg werd hij op 1 mei 2005 verspeeld op een barslechte vlucht vanuit Chantilly. Veel gekende goede duiven lieten die dag verstek gaan en arriveerden dagen en weken later. De 45 echter kwam nooit meer terug. De duiven zijn toen schijnbaar ver uit de koers geraakt, er werden er zelfs aangemeld van Ameland.

 

Onze huidige kolonie is opgebouwd met duiven, zoals hierboven beschreven, uit vooral presterende bloedlijnen, waarbij minder naar pedigree en grote namen dan naar prestaties werd gekeken. Ervaringen door de jaren heen hebben ons geleerd dat alle papier van de wereld een duif niet beter kan maken dan ze is. Er stroomt door onze kolonie veel Louis van Loon-bloed ( t.g.v. onze zilveren bruiloft kregen wij een koppel jongen, pure klasse) en ook van Jo van der Ven, Oss.  

Met de duiven van Wal Zoontjens vormen zij de hoofdmoot. Ook enkele Mariën duiven kweken goed en een goede kweker hadden wij ook via Comb. van Wanrooy. Deze duiven gekruist met o.a. kinderen van Us Orlejanske (1e NPO-concours Orleans) van onze duiven- en jachtvriend Willem Hofstra (Buitenpost) doen het bijzonder goed. Uit een zoon van Us Orlejanske x een duivin Zoontjens x zwart Anneke kwam 01-934 die 4e werd in het Nationaal Kampioenschap vitesse in 2003 en 1e van de afdeling Oost-Brabant en ook 03-006 een echte kopvlieger die in 2004 al 20e werd in het Nationale kampioenschap midfond. 

De laatste succesvolle inbreng kwam herfst 2004 weer van Wal Zoontjens en wel een zoon uit De Turbo en een zoon uit Zidane. Een zoon van De Jonge Turbo werd in 2006 onze beste jaarling en een dochter uit Jonge Zidane onze beste jonge duif.  Bij Ad en Carolus van Herk kochten wij een koppel eieren uit het teletekstkoppel en kweekten uit de jonge doffer, die wij koppelden aan een duivin van Jantje Verhees, al een 1e prijswinnaar.  Nog meer succes bracht de duivin van van Herk. Gekoppeld aan De 426 Dreamboy, zoon van Jeune Zidane x Intelligence komen er ieder jaar weer verassingen uit. Duiven die heel veel plezier brengen. In 2012 vloog een jaarling uit dit koppel 3x de 1e en een jonge doffer 2x 1e. Fantastische duiven.

 

 

Onlangs kwamen er wat duiven bij van Staf Martens, omdat deze grootmeester op 95-jarige leeftijd stopte met de duivensport. We zullen deze duiven “van het goede plantgoed” kruisen met onze eigensoort.

Voor bloedverversing zit er nu een duivin op de kweek van bakker van Hassel (Wernhout en Frans Heijmans (Rosmalen) en   Henri van Doorn (Den Dungen).

 

JEUNE ZIDANE

De zoon uit Zidane van Wal Zoontjens is een kapitale kweker geworden. Op de eerste plaats door de prestaties van zijn kinderen maar zeker door hun grote kweekwaarde. In 2011 zullen er 14 kinderen van Jeune Zidane op het kweekhok zitten. Jeune Zidane zit gekoppeld aan Intelligence, welke een product is aan vaderszijde Inteelt Super Mario terwijl de moeder dezelfde moeder is als van Super Mario, dus een rechtsteekse van Dr. Fernand Marien.  Intelligence werd gekweekt door Henk Hoekstra, Kollum. Is dus een halfzus van Super Mario

Dat er van Wal nog weer een zoon uit Zidane bijkwam opent nog meer mogelijkheden.

 

De laatste nieuwe inbreng komt uit Knegsel en wel van Wil Geudens uit De Dominator( afdelingswinnaar Blois) , Gerrit Le Mans (afdelingswinaar La Mans'  en De Harry van 2009 'Uit zoon Zidane x Lady van Herk van ons hok , topper van het hok in 2010'. On 2011 kwam een dochter van de Dominator ons hok versterken. In 2013 kwamen daar twee doffers bij uit een zoon van The Power x 09 uit onze Jeune Zidane. Resultaten waren er direct in de kweek, maar in een onbewaakt ogenblik ontsnapten zij uit de kweekren. Gelukkig zitten er nog enkele jongen van, zeer veel belovend. Jammer dat het duivinnetje 521 van de laatste vlucht achterbleef. Zij was al 1e Vitesse-midfond in de Zwaluw en was in de eindstand 2e Asduif. 
Ook verwachten wij veel goeds van de inbreng van duiven van Potten@Laenen (Ysselsteyn) en van L.M. van Erp uit Berghem,
het eerste gekweekte jong was al goed voor 11 prijzen als jonge duif.

 

 

Wij proberen ons ras te verbeteren door zeer gerichte inbreng van presterende bloedlijnen, eenmaal kruisen en weer terugzetten op de basislijnen. Daarbij wordt een strenge selectie toegepast. Als jonge duif krijgen zij nog enig pardon maar als jaarling moeten ze er staan (alleen de verduisterde jonge doffers waarin wij vertrouwen hebben, krijgen wel eens een jaar meer respijt). Er wordt gespeeld met 30 weduwnaars en enkele duivinnen. De weduwnaars zijn onder te verdelen in 20 voor vitesse/midfond en 10 voor de eendaagse fond. Zowel weduwnaars als weduwduivinnen krijgen voor inkorving hun partner een minuut of tien te zien. Wij hebben het wel geprobeerd zonder te tonen maar dat bevalt ons niet goed. Op de navluchten wordt met duivinnen op nest gespeeld.

 

 

Op de eerste plaats speelt de afstamming een grote rol.  Een duifj moet aan verschillende criteria als duif voldoen naar onze maatstaven. Jonge duiven die op nest kwamen worden naar hun prestaties harder beoordeeld dan de onverduisterde jongen die alleen een zitplaatsje hadden.

 

 

Inteelt, bloedverwante kweek wordt door ons toegepast om ons kweekhok op sterkte te houden en de goede eigenschappen in de stam te verankeren. Onze vliegers kweken wij bij voorkeur uit kruising van de diverse rassen op ons hok. Kruisingen geven gemakkelijker goede vliegers, naar onze ervaring. Toch hadden wij ooit een echte topper uit broer x zus. Op ons kweekhok zitten twee kweekkoppels die wij niet verbreken. De jongen van beide koppels worden zoveel mogelijk aan elkaar gekoppeld. Wij zijn ons ervan bewust dat we veel op één kaart zetten, maar voelen ons er zeer wel bij. Als je alles goed gaat bekijken en menig tophok napluist blijkt altijd weer dat de goeie duiven uit een kleine familie komen.

 

 

Wij houden onze duiven zo dicht mogelijk bij de natuur en voeren het hele jaar door groenten bij uit eigen tuin, dus biologisch geteeld. Enkele jaren geleden maakten wij kennis met Nieuw-Zeelandse spinazie en onze duiven ook. Wat dit kruid voor de duiven zo aantrekkelijk maakt weet ik niet, maar zij zijn er dol op. In de winter staat er naast boerenkool (krulkool voor onze Belgische vrienden) ook wekelijks een dag wortelen met uien op het menu. Ook maken wij al jarenlang een drank voor de duiven, die zij daags na de vlucht in het drinkwater krijgen. De basis-ingrediënten voor deze drank zijn o.a. knoflook, uien, rode bieten, kamille, tijm, rozemarijn. Aangevuld met kandijsuiker en citroensap wordt het goedje met kokend water overgoten waarna het luchtdicht wordt afgesloten en drie weken blijft staan om daarna te worden gezeefd en in flessen gedaan. Eén of twee keer per jaar wordt de dierenarts Henk de Weerd bezocht voor een onderzoek van de duiven en wordt indien nodig iets aan de duiven gegeven. Tegen de tricho wordt gekuurd als de duiven voor de eerste keer zitten te broeden en vaak niet meer dan twee keer in een vliegseizoen. Medicijnen kunnen een zegen zijn, maar de zegen is veel groter als je er buiten kunt.

 

 

Van zodra de duiven grotendeels door de rui zijn ligt er tot half maart/begin april erwtenstro op de vloer. De zitvakjes en de mestplanken hieronder worden regelmatig gekuist. De overige maanden van het jaar wordt iedere dag gekuist. De jonge duiven is echter een andere zaak. Deze vertoeven vanaf het spenen tot aan het koppelen als jaarling op erwtenstro. Vanaf het spenen tot het einde van het vliegseizoen wordt het in tegenstelling tot wat wij jaren deden nu iedere 6 à 8 weken ververst. Onder het stro ligt een laag korrels die het hele seizoen blijft liggen. Deze laag doet zeer goede diensten als absorberende laag waardoor het stro goed droog blijft en bovendien is het een ideale isolatie van de bodem van het hok. En juist die isolatie van de bodem is veel belangrijker dan velen denken. Schabjes en zitplaatsen worden bij de jonge duiven uiteraard wel gekuist. Onze hokken zijn niet meer van de jongsten, maar ruimte hebben wij gelukkig volop.

 

Wij volgen grotendeels het systeem van Wal Zoontjens, dus Zoontjens-mengeling in het begin van de week en grove mengeling naar het inkorven toe. Dit veelal op gevoel hoe staan de duiven ervoor en wat voor weer er wordt voorspeld. De weduwnaars worden individueel in potjes gevoerd, alleen daags voor inkorving in de bak op de vloer. Onderlinge jaloezie doet hen meer eten, zonder te snoepen van alleen maar het lekkere. Op dit moment 2018 bevallen ons de Duo mengelingen van Ronny van Tilburg zeer goed.

 

De jongen krijgen de eerste zes weken na het spenen volop kweekmengeling, daarna wordt overgeschakeld op 40% vliegmengeling, 40% Zoontjens en 20% gerst. Dit voersysteem wordt gehanteerd tot 350 km. Verder op 70% vliegmengeling, 20% Zoontjens en 10% mix van kleinzaad en pindas. Uiteraard zijn grit en mineralen alsmede sporenelementen onmisbaar voor de duiven, grit wordt iedere dag vers verstrekt. Ze eten er dan veel meer van, wat weer goed is voor de spijsvertering.

 

 

De helft van de jonge duiven wordt verduisterd, de andere helft niet. De ervaringen met jaarlingen die als jong verduisterd werden zijn bij ons niet zo best. Bovendien hebben wij het idee dat duiven die als jong niet verduisterd worden langer meegaan als vliegduif. Met onze coli-killer, 2x per week 1 ml op 2 liter water, blijven wij al jaren de coli de baas bij de jonge duiven.

 

De weduwnaars trainen van zichzelf over het algemeen voldoende, in feite forceren wij in deze niets. De jonge duiven echter wordt aangeleerd tweemaal per dag minstens een uur te vliegen. Alles en iedereen moet naar buiten, de hokken worden gesloten en vliegen maar. Meestal kennen zij het snel en trainen zonder problemen de nodige tijd. Lappen gebeurt enkele keren aan het begin van het seizoen en op de laatste fondvlucht(en) met de jonge duiven wanneer met duivinnetjes op nest wordt gespeeld. Nooit echter meer dan 2x per week en niet verder dan 35 km.

 

Onze duiven krijgen weinig extra vitaminen, wel veel groen uit de eigen groentetuin en aan het begin van de ruitijd volop vlierbessen,
en later siroop hiervan in het drinkwater. Deze siroop bereiden wij zelf. Dus house-made.
 Deze zitten barstenvol vitaminen die zeer bevorderend zijn voor de rui. 

 

Blind kuren is bij ons uit den boze. Er wordt alleen gekuurd als dit na onderzoekdoor Dr. H. de Weerd nodig blijkt. Medicijnen kunnen een zegen zijn, maar hoe minder hoe liever. Wij prefereren op de eerste plaats presterende bloedlijnen en uiteraard is bij een goede duif een mooie pedigree meegenomen. Maar alle papier van de wereld kan van een kalkoen geen postduif maken.

 

 

Een goede tip: Regelmatig een paar verse varenbladeren op het plafond van uw hok en de motjes gaan op de vlucht. Helemaal geen last maar van dat vervelende, hardnekkige ongedierte. Bovendien een veilige manier.  

 

 

Wij blijven proberen het goede plantgoed (om met Stafke Martens te spreken) naar onze hokken te halen. Veel kweken, veel spelen en een keiharde selectie toepassen, welke al begint in de nest. En hopen dat de geluksfee af en toe jouw hokken eens bezoekt.